Station slaan, (ont)vangen en (aan)gooien

Doel

  • Ontwikkelen van de basisslagen (forehand en backhand).
  • Inschatten van een aankomende bal (timing).

Organisatie

  • Kinderen werken in tweetallen op 1/8 zaal.
  • Een tweetal wacht.
  • Een kind heeft het racket, de ander de bal.
  • Beide kinderen nemen plaats op vijf meter van het net (bepaalde lijn aanwijzen).

Arrangement

  • 2 ballen (1 bal per tweetal);
  • 2 rackets (1 racket per tweetal).

Slaan, (ont)vangen en (aan)gooien

  • Het kind met de bal gooit onderhands in de richting van het kind met racket.
  • Het kind met het racket slaat de bal met de forehand of backhand terug naar de gooier.
  • De gooier vangt de bal en gooit weer aan.
  • Na tien keer gooien wisselen van functie en een plek doorschuiven als tweetal.

Tips