Schaker op de baan moet eerder op zoek naar ‘de aanvallende bal’

Het rolstoeltennis groeit en wat een paar jaar geleden nog goed genoeg was, is dat nu niet meer. Maikel Scheffers bivakkeert al meer dan een decennium aan de top en doet dit jaar voor de veertiende keer mee aan de Wheelchair Doubles Masters, dat voor het tweede jaar op rij in Sportcentrum De Schaapskooi in Bemmel plaats vindt.

De 36-jarige Scheffers is één van de zeven Nederlanders die aan de start verschijnen in Bemmel, naast Tom Egberink, Ruben Spaargaren, Diede de Groot, Aniek van Koot, Marjolein Buis en Michaela Spaanstra. Hij vormt een duo met de elf jaar jongere Tom Egberink. De Nederlanders deden eerder als koppel mee in 2012, 2014 en 2015 met als beste prestatie het bereiken van de halve eindstrijd in 2015, in het Amerikaanse Mission Viejo. In 2016 sloegen Scheffers en Egberink, vanwege een blessure voor laatstgenoemde, het eindejaarstoernooi voor dubbelspelers over. Vorig jaar vormde Scheffers een duo met Gustavo Fernandez en het Nederlands/Argentijnse koppel was goed voor een plaats in de halve finales.

"Dit jaar kunnen we hopelijk nog een stapje erbij doen", aldus Scheffers, die uitkijkt naar het spelen in eigen land en goede herinneringen bewaart aan de editie van 2017 in De Schaapskooi. "Ik had het er naar mijn zin. Daar wordt weer iets moois neergezet. Dat weet ik zeker. Het is een goede organisatie. Van mij mag het elk jaar in Nederland zijn. Het is altijd tof om te tennissen en helemaal als het in eigen land is. Vrienden, familie, sponsoren kunnen komen kijken. Dat is alleen maar gaaf."

Tokyo 2020

Scheffers speelde dit jaar veelal samen met Ruben Spaargaren en Tom Egberink. Met het oog op de Paralympics in Tokyo (2020) is het een kwestie van zoeken naar het beste Nederlandse koppel. "De bond gaat daar natuurlijk ook naar kijken. Dat zullen ze in de meeste landen nu gaan doen", weet Scheffers, die ook op de Paralympics in London en Rio de Janeiro met Egberink de Nederlandse eer verdedigde. Beide keren was de kwartfinales het eindstation. "Het is zonde hoe dat gelopen is", kijkt Scheffers terug op de vorige editie in 2016. Egberink speelde daar met een gebroken vinger. "Dat gebeurt in de sport. We verloren in de kwartfinales van een Japans duo in drie sets. Naar omstandigheden was het niet slecht."

Schaker

Scheffers en Egberink vullen elkaar goed aan op de baan. "Tom is meer de aanvallende speler, ik de schaker (in het dubbelspel). We houden wel van het opbouwen. Ik ben meer een counterpuncher en Tom de aanvallende speler. Als je dat goed op elkaar afstemt en het klopt op de baan, dan kan dat heel lastig zijn voor de tegenstanders", vertelt Scheffers, die niet op zijn lauweren rust wat betreft zijn eigen spel en blijft zoeken naar verbetering. "Ik ben een schaker, maar ik denk dat ik zeker in het enkelspel wat eerder de aanvallende bal kan slaan. Dat is iets waar ik mee bezig ben."

Het nieuwe rolstoeltennis

Volgens de routinier is dit een ontwikkeling die typerend is voor het huidige rolstoeltennis. "Je ziet steeds meer dat er aanvallend gespeeld wordt. Ballen worden eerder aangepakt. Er wordt meer gevolleerd. Dat is het nieuwe rolstoeltennis. Vergeleken met een paar jaar geleden is iedereen sterker, sneller. Het niveau is echt wel omhoog gegaan. Je ziet dat het netspel steeds belangrijker wordt. Het blijft zo dat je aan het net kwetsbaar bent, zeker in het enkelspel. Maar je moet het moment herkennen."

Scheffers deed al in 2004 voor het eerst meer aan de Wheelchair Doubles Master en haalde toen met Ronald Vink gelijk de laatste vier. Van 2006 tot en met 2010 bereikten de Nederlanders de finale van de seizoensfinale dubbelspel met in 2006, 2009 en 2010 de wereldtitel als beloning. Het waren gouden jaren voor de Nederlandse rolstoeltennissers. In 2011 vervolgde Tom Egberink het Oranje-succes door de wereldtitel te pakken met de Fransman Michael Jeremiasz. Dat was de laatste keer dat een Nederlandse man de finale van de Wheelchair Doubles Masters bereikte.

Scheffers stelt dat het rolstoeltennis de laatste jaren een kwalitatieve vlucht vooruit heeft gemaakt. "Je moet verbeteren. Iedereen gaat vooruit en dat moet je zelf ook willen. Je moet er heel hard voor werken en veel uren maken. Zorgen dat je de concurrentie voor blijft. Die concurrentie is veel heviger geworden. Met name in de breedte is het erg gegroeid. Dat is alleen maar mooi, want dat betekent dat het rolstoeltennis vooruit gaat", zegt Scheffers, die nog altijd deel uitmaakt van de mondiale top tien. "Ik denk dat ik goed aangehaakt ben en dat er nog verbetering inzit. Daar ben ik ook continue mee bezig."

Ga voor meer over de Doubles Masters naar www.wheelchairdoublesmasters.com.