Diabetes

Diabetes (suikerziekte) komt heel veel voor. Geschat wordt dat ruim 1,2 miljoen mensen in Nederland diabetes hebben, dus 1 op de 14 Nederlanders, waarvan iets meer mannen dan vrouwen. En elke week komen er 1200 nieuwe gevallen bij! Negen op de tien mensen met diabetes hebben type 2.

Wat is het?

Diabetes mellitus (suikerziekte) is een stofwisselingsziekte. Door een verminderde werking van het hormoon insuline kan het lichaam het glucoseniveau in het bloed minder goed reguleren. Schommelingen in het glucoseniveau kunnen tot gezondheidsschade leiden. Vooral aan bloedvaten en het zenuwstelsel.

Welke soorten zijn er?

Er zijn twee soorten diabetes:
1. Type 1: Bij dit type diabetes, ook wel jeugddiabetes genoemd, produceert het lichaam helemaal geen insuline. Type 1-diabetes openbaart zich meestal op jonge leeftijd. Mensen met diabetes type 1 moeten elke dag hun bloedsuiker meten, insuline spuiten of een pompje dragen. 
2. Type 2: Mensen met dit type diabetes, ook wel ouderdomssuiker genoemd, hebben te weinig insuline in het lichaam en reageren daar ook niet goed meer op. Dieet, medicijnen of insuline kunnen helpen. 

Wat zijn de symptomen?

Type 1-diabetes uit zich in een overmatige urineproductie, dorst, gewichtsverlies en vermoeidheid. Type 2-diabetes kent mildere symptomen. Het verloop van de ziekte is ook vaak sluipender. Bij sommige patiënten wordt de diagnose pas na jaren gesteld, als mogelijk al ernstige complicaties zijn opgetreden. De mate waarin complicaties optreden is sterk afhankelijk van de regulering van de bloedsuikers. Mogelijke complicaties op langere termijn zijn:
1. Hartaandoeningen
2. Nierfalen
3. Geleidelijk verlies van gezichtsvermogen
4. Gevoelsverlies in de benen
5. Schade aan de bloedvaten in ledematen (voetproblemen!)

Waardoor komt het?

Bij diabetes type 1 zijn de cellen die insuline aanmaken beschadigd geraakt door een ontsteking of virus. Het ontstaan van type 2-diabetes is sterk afhankelijk van leefgewoonten.

Risicofactoren zijn:
1. Overgewicht
2. Lichamelijke inactiviteit
3. Ongezonde voeding (veel enkelvoudige koolhydraten (suikers) en verzadigde vetten, weinig vezels)
4. Diabetes in de familie

Belangrijkste advies: volg het op maat gesneden advies van je arts

Diabetes type 1 is niet te genezen, type 2 soms wel bij normalisering van het lichaamsgewicht. Heb je diabetes type 1 dan moet je insuline inspuiten. Je alvleesklier produceert dit hormoon immers zelf niet meer. Bij diabetes type 2 zijn insuline-injecties niet altijd nodig. Soms zijn voedingsaanpassingen voldoende. Als voedingsaanpassingen na drie maanden geen effect hebben, worden doorgaans tabletten voorgeschreven. Pas als ook dat onvoldoende resultaat heeft, wordt overgegaan op injecties.

Voordelen lichaamsbeweging

Heb je diabetes type 2 dan kun je baat hebben bij lichaamsbeweging. Beweging vergroot namelijk de insulinegevoeligheid. Voor mensen met type 1-diabetes zijn de directe voordelen van lichaamsbeweging minder duidelijk. Lichaamsbeweging heeft immers geen structureel effect op de schommelingen van de bloedglucosewaarden. Het verlaagt wel de insulinebehoefte. Dat is vooral op langere termijn van belang: het verkleint de kans op insulineresistentie. Bovendien profiteer je natuurlijk altijd van de algemene voordelen van een actief bestaan: je loopt minder risico op hart- en vaataandoeningen, krijgt een betere conditie en gaat je beter voelen.

Tennissen met diabetes?

Als je diabetes hebt en wilt gaan tennissen, laat dan eerst een uitgebreid lichamelijk onderzoek doen. Daarin moet aandacht worden besteed aan het hart, de bloedvaten, de voeten en de ogen. Ben je ouder dan 35 en/of heb je al langer dan 15 jaar diabetes, laat dan een ECG maken vanwege het verhoogde risico op een ‘stil hartinfarct’ (een hartinfarct zonder pijnklachten).

Hoe voorkom je een hypo rondom het sporten?

Sporten heeft effect op de bloedglucosewaarden. Dat betekent dat iedereen met diabetes het eventuele insuline- en tablettengebruik en de voeding moet aanpassen. Ook kun je voor en tijdens het sporten koolhydraten nemen. Hoeveel je moet nemen, verschilt per individu. Als je niet bijstuurt, loop het risico op een hypoglycemie (hypo): een te lage bloedsuikerspiegel. Mogelijke symptomen van een hypo zijn:
1. Zweten
2. Trillen
3. Slechter presteren
4. Wisselend humeur
5. Duizeligheid
6. Hoofdpijn
7. Moeheid
8. Honger
9. Bleekheid

Wat doe je bij een hypo?

Als je toch een hypo krijgt, zorg er dan voor dat je zo gauw mogelijk snel opneembare koolhydraten inneemt. Aanbevolen wordt 20 gram glucose. Enkele dextrosetabletten of een sportdrank met extra koolhydraten zijn ideaal.

Wat doe je bij hoge glucosewaarden?

Heb je voor het sporten heel hoge bloedglucosewaarden (>16 mmol/liter), ga dan niet sporten tenzij je voldoende insuline hebt geïnjecteerd. Het lichaam kan de glucose immers niet meteen gebruiken en daardoor zal de waarde steeds hoger worden. Het lichaam gaat dan vet verbranden en kan zichzelf hiermee vergiftigen. Dat heet keto-acidose en kan ernstige gevolgen hebben.

Tips voor tennissers met diabetes

1. Houd voor, tijdens en na het tennissen je bloedglucosewaarden in de gaten om je lichaam te leren kennen en eventueel tijdig passende maatregelen te kunnen nemen.
2. Pas de inname van koolhydraten en je insulinegebruik aan aan je bloedglucosewaarden en sportinspanningen.
3. Ga je langer dan 45 minuten sporten, verlaag dan je normale insulinedosering.
4. Het grootste risico op een hypo loop je als je slaapt (6-14 uur na het sporten). Om dit risico te vermijden kun je de insulinedosis aanpassen en na het sporten extra koolhydraten nemen.
5. Ga niet tennissen bij bloedglucosewaarden > 16 mmol/liter.
6. Houd tijdens het tennissen altijd wat snel opneembare koolhydraten bij de hand voor als je een hypo krijgt.
7. Een diabetesverpleegkundige, huisarts of sportarts kan je verder adviseren over het combineren van (top)sport en diabetes.