Plotse hartdood

Voor je gezondheid is het uitstekend om je hart te belasten door te sporten. Daardoor maak je je hart immers sterker. Voor spelers met hartaandoeningen kleven er echter ook risico’s aan. Heb je een hartaandoening, dan is het raadzaam jezelf bij het sporten te laten adviseren door je arts.

Wat is het?

Als iemand een uur na de inspanning door een hartziekte overlijdt, spreken we van een plotse (inspanningsgerelateerde) hartdood. 

Waardoor komt het?

Als iemand jonger dan 35 overlijdt door een plotse hartdood, lijdt hij vaak al aan een aangeboren of erfelijke hartafwijking. In veel gevallen weet hij of zij zelf niet dat hij daaraan lijdt. 


Bij aangeboren hartziekten is er een structureel defect in de anatomie van het hart. Voorbeelden zijn:
1. Een afwijkende (bijvoorbeeld bicuspide) aortaklep.
2. Een abnormale oorsprong van een kransslagader (coronair anomalie).

Erfelijke hartziekten zijn bijvoorbeeld:
1. Hypertrofische cardiomyopathie (HCM): abnormale verdikking van de hartspier.
2. Ziekte van het rechterventrikel (aritmogene rechterventrikel dysplasie, ARVD): het normale spierweefsel wordt vervangen door vetweefsel.
3. Lange QT-syndroom en korte QT-syndroom: afwijkingen in de geleiding van het hart.
4. Woff-Parkinson-White-syndroom (WPW): een extra verbinding tussen de spieren van de boezems en de kamers, waardoor de prikkelgeleiding anders verloopt.

Als iemand ouder dan 35 overlijdt door een plotse hartdood, komt dat vaak door een hartaandoening die het gevolg is van atherosclerose (in de volksmond: aderverkalking).

Risicofactoren

Een plotse hartdood voorkomen is lang niet altijd mogelijk. Je kunt wel vaststellen of je een verhoogd risico loopt. Risicofactoren zijn:
1. Familiegeschiedenis (hart- en vaatziekten in de eerste graad)
2. Roken
3. Hoog LDL-cholesterolgehalte
4. Inactiviteit
5. Hoge bloeddruk
6. Diabetes
7. Obesitas (ernstig overgewicht)

Tips voor je hart

1. Geadviseerd wordt dat alle wedstrijdtennissers ouder dan 35 regelmatig worden gescreend op de hiervoor genoemde risicofactoren. Als je in een risicocategorie valt, is het aan te bevelen om een uitgebreid sportmedisch onderzoek te laten verrichten bij een Sportmedische Instelling (SMI).
2. Eet gezond. Een gezonde voeding bevat weinig zout en verzadigde vetten en veel fruit, groenten en magere zuivelproducten.
3. Stop met roken.
4. Beweeg regelmatig (meer tennissen!).
5. Val af als je te dik bent.