Ziekte van Sever

De ziekte van Sever is de belangrijkste oorzaak van hielpijn bij jonge tennissers tussen de acht en dertien jaar. De blessure treft meer jongens dan meisjes. Meestal krijgen de kinderen last van beide hielen tegelijk.

Wat is het?

De ziekte van Sever is een overbelastingsblessure van de groeischijf van het hielbeen op de plek waar de achillespees aan het hielbeen vastzit.

Wat zijn de symptomen?

De blessure geeft pijn aan de hielen, die erger wordt bij beweging. Vooral tijdens rennen en springen. Als je op de tenen loopt, wordt de pijn minder.

Waardoor komt het?

Risicofactoren zijn slecht schoeisel, voetafwijkingen (zoals platvoeten of hoge voetgewelven), strakke kuitspieren tijdens de groei, zwakke enkelspieren en overbelasting.

Belangrijkste advies: verminder de belasting

Naast het dragen van goede schoenen, is vermindering van de belasting de belangrijkste voorwaarde om te genezen. Soms is het nodig enkele weken helemaal te stoppen met tennissen. Kinderen die de belasting verminderen, zijn doorgaans binnen drie maanden van hun klachten af.

Tips in de acute fase

1. Om je conditie op peil te houden zijn zwemmen en fietsen uitstekend geschikt.
2. Bij pijn en zwelling na het sporten kun je de hiel koelen met ijs of een coldpack.

Beginnen met revalideren

Als de pijn minder wordt, kun je werken aan je herstel. Eerst richt je je op verbetering van de normale functie. De volgende oefeningen zijn geschikt:
1. Rekoefening voor de oppervlakkige kuitspieren

2. Rekoefening voor de dieper gelegen kuitspieren

Geleidelijk opbouwen

Als je de oefeningen zonder pijn kunt doen en ook pijnvrij kunt wandelen, kun je de sportbelasting weer opbouwen. Achtereenvolgens zijn de volgende oefeningen geschikt:

1. Op je tenen staan (10-20 seconden vasthouden en daarna laten zakken; eerst op twee benen, daarna alleen op het geblesseerde been).
2. Eerst op je tenen en daarna op je hakken lopen.
3. Calf raise.



4. Oefening voor de enkelpropriocepcis.

5. Dribbeloefeningen op de plaats.
6. Rustig joggen.
7. Hardlooptraining met wat versnellingsloopjes, draai- en keeroefeningen en korte sprints.

Weer (meer) tennissen

Gaat dit goed, dan kun je weer (meer) gaan tennissen. Dat bouw je bijvoorbeeld zo op:
1. Minitennis (binnen het servicevak).
2. Langzaam vergroten van het speelveld, tot aan de baseline.
3. Volleys.
4. Baselinetennis, met eenvoudige slagen.
5. Oefeningen waarbij je verder moet lopen naar de bal.
6. Lage volleys, bovenhandse slagen en services (begin met serveren vanaf de servicelijn en bouw de afstand, het aantal en de snelheid geleidelijk op).
7. Service en (sprong)smashes.
8. Oefenwedstrijd (minimaal twee weken).
9. Wedstrijdtennis.

Let op: doe in het begin rustig met rennen en sprinten. Huppelen en springen kun je beter helemaal niet doen. Probeer ook zo veel mogelijk op gravel te spelen en vermijd hardcourt.

Tips om herhaling te voorkomen

1. Besef dat je bij deze blessure de ene dag klachtenvrij kunt zijn, terwijl je de volgende dag toch weer last hebt. Laat je daardoor niet uit het veld slaan, maar pas de training op dat moment aan. 

2. Doe altijd een warming-up en cooling-down. Besteed vooral aandacht aan het rekken van de kuiten.
3. Bouw de trainingsbelasting geleidelijk op. Laat je lichaam wennen aan extra belasting.
4. Tennis bij voorkeur op gravel en niet op hardcourt.
5. Doe hardloopoefeningen liefst op een zachte ondergrond (zoals gras of zand).
6. Draag goede tennisschoenen.
7. Loop nieuwe schoenen geleidelijk in.
8. Draag ook buiten de tennisbaan goede schoenen.

Heb je een standsafwijking?

Overleg dan met een arts of fysiotherapeut of het zinvol is om zooltjes aan te laten meten.