Station wedstrijd

Doel

  • Het leren van de tennistelling.
  • Ervaring opdoen met het spelen van wedstrijden.

Organisatie

  • De vier kinderen werken in twee teams.
  • Elk team heeft een racket?

Arrangement

  • 1/4 gymzaal;
  • 1 bal;
  • 2 rackets (1 per team);
  • Pylonen of wasknijpers.

Wedstrijd dubbelspel

  • Ieder team gaat naar zijn eigen speelhelft.
  • Een speler van elk team gaat de baan op. Het andere teamlid wacht.
  • De spelers beginnen achter hun eigen achterlijn.
  • Een speler begint met serveren.
  • Na elk punt wisselt een van de spelers met het wachtende kind uit zijn team.
  • De service wordt geslagen in het gebied tussen het net en de achterlijn.
  • Er zijn twee kansen om goed te serveren; de eerste service mag bovenhands geslagen worden, de tweede moet onderhands.
  • Na vijf gespeelde punten gaat het andere team serveren.

Spelregels

  • De bal mag maximaal één keer stuiten.
  • De bal moet in het goede vak stuiten (lijn is in).
  • Bal via het net is goed (behalve bij de opslag; deze moet dan opnieuw gespeeld worden).
  • Puntentelling is 1-0, 2-0 enzovoort.

Tips