Regels rondom hitte

In de zomermaanden kan het zo warm worden dat dit risico's meebrengt voor de gezondheid van de tennisspeler. Hitte wordt niet alleen bepaald door de temperatuur die de thermometer aangeeft, maar ook door de luchtvochtigheid. Op warme dagen met een hoge luchtvochtigheid kan het benauwd aanvoelen. Het lijkt dan alsof het veel warmer is dan de thermometer aangeeft. Bij hitte gelden speciale regels die wij hieronder graag toelichten.

Bij temperaturen boven de 30°C kan het lichaam zijn warmte bijna alleen nog maar kwijt door transpiratie. Zweet moet verdampen om op die manier warmte aan het lichaam te onttrekken. Bij een hoge luchtvochtigheid kan het zweet echter niet meer goed verdampen. De hitte-index geeft aan hoe warm het aanvoelt door de temperatuur en luchtvochtigheid te combineren. De actuele hitte-index kun je checken op bijvoorbeeld http://www.weerplaza.nl/actueel/hitte-index/.

De WTA en ITF (Juniors/Seniors/Wheelchair) hanteren een hitte-index van 32°C als grens waarop aangepaste regels van kracht worden en de KNLTB hanteert dezelfde grens. De KNLTB-hitteregel bevat een aantal voorwaarden en maatregelen die we hieronder voor je op een rij hebben gezet.

1. De hitteregel is van toepassing op alle door de KNLTB goedgekeurde toernooien.
2. De hitteregel is gaan in bij een hitte-index van 32°C.
3. De toernooileider bepaalt of de grens van 32°C wordt overschreden en de hitteregel daarmee in werking treedt. Bij inwerkingtreding van de hitteregel geldt het volgende:
4. Er worden twee volledige sets gespeeld, met een beslissende wedstrijdtiebreak tot en met de 10.
5. Bij voorkeur dezelfde puntentelling hanteren binnen een poule of ronde .
6. Bij voorkeur zoveel mogelijk op dezelfde ondergrond laten spelen binnen een poule of ronde .
7. KNLTB adviseert om zo mogelijk eerder te beginnen met de ochtendpartijen en de middagpartijen later dan gepland te spelen.
8. Indien de hitte-index de 40°C overstijgt, worden de partijen stilgelegd.
9. KNLTB adviseert toernooiorganisaties om de volgende maatregelen te treffen:
a. de banen voorzien van schaduwplaatsen (bijvoorbeeld parasols, overdekking) zodat spelers tijdens de wissel in de schaduw kunnen zitten (N.B. dit kan 10 graden in temperatuur schelen);
b. het park voorzien van een automatische externe defibrillator (AED);
c. Een plek faciliteren waar de spelers terecht kunnen voor verkoeling kunnen (bijvoorbeeld een watersproeier, ventilator of een gekoelde ruimte);
d. zorgen voor voldoende water, gekoelde dranken en ijsblokjes.