Starten met padel

Padelbaan

De baan is kleiner dan een tennisbaan: 20 bij 10 meter om precies te zijn. Elke speelhelft, gescheiden door een net, is verdeeld in twee servicevakken en een achterveld. Het speelveld is te vergelijken met een tennisbaan, maar dan kleiner en met een omheining van glas en hekwerk. Er bestaan zowel binnen- als buitenbanen. Wil je weten waar in Nederland je zoal padel kunt spelen, kijk dan op de pagina Locaties. 

Racket en ballen

Voor padel gebruik je een ander racket dan voor tennis. Het padelracket heeft geen snaren, maar is in zijn geheel van kunststof (carbon, fiber of grafiet). In het racketblad, meestal rond, is een groot aantal gaten geboord. Het racket meet maximaal 45,5 x 24 centimeter en wordt met een koordje om de pols bevestigd zodat het niet kan rondslingeren. 

De bal die je gebruikt bij padel lijkt sterk op een tennisbal, maar is wat harder. De bal moet goed kunnen stuiten, officieel 135 tot 145 centimeter hoog als je hem van ver boven je hoofd (exact 254 centimeter staat in de regels) laat vallen. Kleding en schoeisel zijn voor tennis en padel hetzelfde.

Spelregels

De spelregels van padel lijken veel op de spelregels van tennis. De bal moet over het net en in het vak van de tegenstanders worden geslagen. Opslaan doe je onderhands. De bal moet tijdens het serveren eerst stuiteren achter de servicelijn voordat je serveert. Een groot verschil is dat je de bal na de stuit tegen de wand of muur mag laten komen en hem dan pas terug hoeft te slaan. Dit mag ook weer via de muur en levert verrassende rally’s op. Het scoresysteem is wel identiek aan dat van tennis. Meestal wordt om twee gewonnen sets gespeeld, met een tiebreak bij een 6-6 stand in games.