Pijn achter en rond de knieschijf

Irritatie van het gewrichtskraakbeen achter de knieschijf komt onder tennissers veel voor. Deze blessure heeft vele benamingen. Patellofemorale knieklachten, retropatellaire chondropathie en anterieure kniepijnsyndroom: ze betekenen hetzelfde.

Wat is het?

De wigvormige knieschijf loopt bij het buigen en strekken door een gleuf in de kop van het dijbeen. Als die beweging niet soepel verloopt, kan dat tot problemen leiden.

Wat zijn de symptomen?

Deze blessure geeft pijn aan de voorkant of binnenkant van de knie, achter of rondom de knieschijf. De pijn wordt erger als je lang zit, als je opstaat uit zit, tijdens het traplopen, rennen, knielen, squatten (kniebuigingen), fietsen en/of als je hoge hakken draagt. Tijdens het tennissen geeft de blessure vaak pijn als je bij het serveren diep door je knieën zakt, als je afzet na het slaan van een wijde bal of als je ver uitstapt voor een lage volley. Meestal is de pijn zeurend, maar soms ook scherp. Soms hebben tennissers het gevoel ‘door de knieën te zakken’ of lijkt de knie op slot te zitten. Ook gaat de blessure soms gepaard met overmatig kraken tijdens kniebewegingen. Meestal is er geen of nauwelijks zwelling.

Waardoor komt het?

Soms worden de problemen veroorzaakt door beschadiging van kraakbeen na een val bijvoorbeeld. Maar lang niet altijd. Een belangrijke oorzaak is dat de knieschijf niet goed door de groef loopt. Dat kan komen door een afwijkende stand van het been (zoals X-benen, naar binnen gedraaide heupen, naar buiten gedraaide scheenbenen, naar binnen zakkende voeten). Ook een disbalans van de spieren rondom de knie kan een rol spelen. Denk bijvoorbeeld aan te zwakke of juist te strakke quadriceps, heupspieren, hamstrings of kuitspieren. Ten slotte kan ook een te snelle toename van de trainingsfrequentie en -intensiteit de blessure provoceren.

Belangrijkste advies: gedoseerde rust

Gedoseerd rust nemen is het belangrijkst bij deze blessure. Dat betekent meestal niet dat je volledig moet stoppen met tennissen. Maar wees terughoudend met lage volleys, drills van links naar rechts, het halen van dropshots, serveren met diepe kniebuigingen, ver uitstappen, sprinten en springen. Soms is het beter om een tijdje helemaal te stoppen met tennissen.

Tips in de acute fase

1. Houd je conditie op peil met bijvoorbeeld zwemmen of fietsen (laagste versnelling!).
2. Koel de knie (na inspanning!).
3. Draag goede schoenen.

Beginnen met revalideren

Als de ergste pijn weg is, kun je de belasting weer opbouwen. Pijn is daarbij het signaal om gas terug te nemen. Overschrijding van de pijngrens vertraagt de genezing. De volgende rekoefeningen zijn geschikt:
1. Buitenzijde bovenbeen en zij


2. Billen

3. Voorzijde bovenbenen

4. Achterzijde bovenbenen

De volgende spierversterkende oefeningen kunnen zinvol zijn:

1. Abductie heup (naar buiten draaien heup tegen weerstand)




2. Tweebenige en eenbenige squat (niet te diep inveren)


3. Uitvalspas op de plaats met rustig inveren


4. Monsterwalk



De volgende coördinatieoefening verdient ook aanbeveling:
Oefening voor de enkelpropriocepsis

Geleidelijk opbouwen

Als de oefeningen geen pijn meer doen, kun je het sporten weer geleidelijk (verder) opbouwen. Bijvoorbeeld zo:
1. Dribbeloefeningen op de plaats.
2. Rustig joggen.
3. Hardlooptraining met achtereenvolgens wat versnellingsloopjes, draai- en keeroefeningen en korte sprints.

Weer (meer) tennissen

Als je spierversterkende oefeningen geen pijn meer geven, kun je de tennisbelasting weer opbouwen met achtereenvolgens:
1. Minitennis (binnen het servicevak).
2. Langzaam vergroten van het speelveld, tot aan de baseline.
3. Volleys.
4. Baselinetennis, met eenvoudige slagen.
5. Oefeningen waarbij je verder moet lopen naar de bal.
6. Lage volleys, bovenhandse slagen en services (begin met serveren vanaf de servicelijn en bouw de afstand, het aantal en de snelheid geleidelijk op).
7. Service en (sprong)smashes.
8. Oefenwedstrijd (minimaal twee weken).
9. Wedstrijdtennis.

Tips om herhaling te voorkomen

1. Doe altijd een goede warming-up en cooling-down. Besteed daarin in elk geval voldoende aandacht aan het rekken van de bovenbeenspieren.
2. Kies als dat kan een baansoort die de knieën zo min mogelijk belast. Bij voorkeur gravel.
3. Doe regelmatig spierversterkende oefeningen voor de bovenbenen.
4. Regelmatig fietsen (met lage versnelling op vlak terrein) kan het risico op nieuwe pijnklachten verkleinen.
5. Voer de intensiteit, omvang en frequentie van je trainingen geleidelijk op.
6. Zorg voor een goede conditie en let extra op als je gaat sporten als je vermoeid bent.
7. Draag goed passende tennisschoenen en loopschoenen.
8. Een kniebrace (met uitsparing voor de knieschijf) of een patellatape (McConnell-tape) kan helpen om het sporen van de knieschijf te verbeteren.
9. Heb je last van naar binnen neigende voeten (overpronatie), dan kunnen schoenen met antipronatiezolen of op maat gemaakte steunzolen uitkomst bieden.

Opereren?

Alleen als een conservatieve behandeling niet tot het gewenste resultaat leidt en er sprake is van aantoonbare anatomische afwijkingen is opereren een optie. Met een operatie kunnen soms standsafwijkingen worden gecorrigeerd en kan het kniegewricht worden schoongemaakt.