Tennisbanen en tennisschoenen

Tijdens het tennissen worden grote krachten uitgeoefend op je lichaam. Spring je een halve meter omhoog voor een smash, dan komt de belasting bij het landen overeen met viermaal je lichaamsgewicht. Bovendien moet je allerlei bewegingen onbelemmerd kunnen maken: springen, draaien, glijden, sprinten en plotseling weer stoppen. Geschikte tennisschoenen en de baansoort zijn daarom heel belangrijk.

Tennisschoenen moeten natuurlijk lekker zitten, maar er zijn meer dingen waarop je moet letten:
1. De schoenzool
2. De stabiliteit
3. De schokabsorptiel
4. De pasvorm en maat
5. De stugheid (of soepelheid)

Bovendien is het verstandig om de schoenen af te stemmen op de baansoort waarop je tennist.

Advies
Het is aan te raden je bij de aanschaf van tennisschoenen te laten adviseren. Ga daarom naar een tennisspeciaalzaak met deskundig personeel.

Het belang van de baansoort

Er zijn verschillende soorten tennisbanen en allemaal hebben ze specifieke eigenschappen. Die beïnvloeden je prestaties én het risico op blessures. Baansoorten verschillen namelijk aanzienlijk in de mate waarin schokken worden opgevangen en de mate waarin je erop kunt glijden (wrijving). Nu blijkt uit onderzoek dat wrijving van grotere invloed is op het blessurerisico dan schokabsorptie. Dat komt mogelijk doordat de piekbelasting op een baan waarop je kunt glijden, lager is door de langere remweg.

De schoenzool

Geschikte tennisschoenen hebben een zool die geschikt is voor de baan waarop je tennist. Op een stroeve baan zijn dat schoenen met slijtzolen zonder profiel. Op een baan waarop je beter kunt glijden, is meer profiel gewenst. Realiseer je daarbij wel dat de baansoort belangrijker is voor de mate van wrijving, dan het type schoenzool. Bovendien spelen ook persoonlijke voorkeur, speelstijl en lichamelijke eigenschappen een rol bij de keuze van de slijtzool. In het algemeen kiezen jongere, sterkere, zwaardere en langere spelers met een aanvallend spel eerder voor meer grip. Welke slijtzool bij welke baansoort past, zie je in dit overzicht:

Tapijt gladde slijtzool zonder profiel
Hardcourt slijtzool met een combinatie van een noppenprofiel en een visgraatprofiel (bij regenachtig weer zijn schoenen nodig met een goede waterabsorberende slijtzool om uitglijden te voorkomen)
Gravel relatief zachte slijtzool met een visgraatprofiel (levert meer grip en voorkomt dat gravel onder de schoen blijft plakken)
(kunst)gras harde rubberen zool met nopjesprofiel

De stabiliteit

Goede tennisschoenen geven de voeten stabiliteit en voorkomen dat de voeten teveel naar binnen kantelen (pronatie) of naar buiten kantelen (supinatie). Dat is belangrijk om enkelletsel te voorkomen. Tennisschoenen kunnen stabiliteit ontlenen aan de hielkap (contrefort), het bovenwerk, het vetersysteem en de schoenhoogte.

Adviezen
1. Om te testen of de hielkap van een schoen goed is, probeer je met je duim de achterzijde van de hielkap in te drukken (ongeveer 1 centimeter boven de overgang tussen de bovenschoen en de slijtzool). Een goede hielkap kun je niet of nauwelijks indrukken.
2. Het is belangrijk dat er boven de hielkap een soepele achillespeesbeschermer (snuitstuk) zit.
3. De hielkap moet goed aansluiten op de hiel.
4. Hoe meer vetergaten, hoe beter de fixatie van de wreef. Hanteer als vuistregel dat er minimaal vijf vetergaten per kant zijn.
5. Lusvetering is zinvol als je hiel uit de schoen neigt te glippen en zorgt ervoor dat de druk ter hoogte van de wreef wordt verlaagd. Zit je hiel stevig in je schoen, dan is lusvetering geen aanrader.
6. Met een dubbele vetering (met twee losse veters) kun je een deel van de schoenen strakker of losser vastmaken, zonder dat dat van invloed is op het andere deel. Dit kan handig zijn voor spelers met een opvallend hoge of juist lage wreef en voor spelers met chronische voetklachten.
7. Met los verkrijgbare supplementen kan eventueel je voetgewelf aan de binnenzijde extra worden ondersteund.

De schokabsorptie

Hoe beter tennisschoenen de schokken bij het landen op de voeten kunnen opvangen, hoe kleiner het risico op blessures. Vooral op harde baansoorten als hardcourt en tapijt verdient het schokabsorberend vermogen de aandacht. Besef dat de tussenzool erop berekend moet zijn om overal onder je voeten schokken op te vangen; of je nu landt op de hielen, de bal of de binnen- of buitenkant van de voeten.

De pasvorm en maat

Een goede pasvorm is belangrijk voor het comfort en om te voorkomen dat de voeten in de schoenen bekneld raken of juist gaan schuiven. 

Adviezen
1. Om te testen of schoenen de goede lengte hebben, voel je eerst staand of de schoenen bij je tenen vijf millimeter ruimte vrijlaten. Let erop dat je hielen daarbij goed achter in de schoenen zitten en je tenen gestrekt zijn. Vervolgens controleer je of je de tennisschoenen goed hebt dicht geveterd. Daarna doe je een uitvalspas recht naar voren. Als het goed is, schuiven de tenen hierbij niet naar voren tegen de schoenrand. Is dat wel het geval, dan zijn de schoenen te breed of te klein.
2. Pas schoenen bij voorkeur aan het eind van de dag (dan zijn de voeten wat dikker).
3. Draag tennissokken waarmee je normaal ook tennist.
4. Pas beide schoenen, omdat de grootte van je voeten kan verschillen.
5. Pas verschillende merken en kies dat merk dat jou het meeste draagcomfort biedt (en niet het merk dat in de mode is).
6. Als schoenen niet meteen prettig zitten, koop ze dan niet. Het is een fabeltje dat je tennisschoenen eerst zou moeten inlopen.

De stugheid

Tennisschoenen mogen niet te stug zijn, maar ook niet te soepel. Te soepele schoenen kunnen pijn geven aan de wreef. Te stugge schoenen kunnen klachten geven aan tenen, enkels en knieën. 

Advies
Om de soepelheid en het buigpunt van de zolen te testen, houd je met één hand de schoen stevig vast bij de hiel en duw je met de andere hand krachtig de tenen omhoog. De schoen moet dan buigen ter hoogte van de bal van de voet en niet rond de middenvoet.