Liesblessure

Spierrupturen en -verrekkingen in de lies komen bij tennissers vaak voor. Niet zonder reden. De spieren aan de binnenkant van de liezen hebben tijdens het tennissen veel werk te verzetten. Tijdens versnellingen, zijwaartse bewegingen, plotselinge starts en stops en richtingveranderingen met name. 

Wat is het?

Aan de binnenkant van onze liezen zit een groepje spieren die we adductoren noemen. Ze hebben als functie: het naar elkaar toe bewegen van de benen. Een scheur (ruptuur) in deze spiergroep bevindt zich meestal op de overgang van deze spieren naar de pezen of bij de aanhechting van de pezen aan het schaambeen.

 

Wat zijn de symptomen?

Op het moment dat je de blessure oploopt, voel je een plotselinge scherpe pijn in de lies of aan de binnenkant van het bovenbeen. Aanraking van de pezen van de adductoren of de aanhechting van de spieren aan het schaambeen is gevoelig. Net als wanneer je de benen tegen weerstand in naar elkaar toe beweegt. Na een dag of wat kunnen de spieren wat strak aanvoelen en zie je soms bloeduitstortingen of een zwelling. Bij ernstige spierscheuren is soms een kuiltje (defect of delle) te zien of te voelen in de spier. 

Wat is de ernst?

Er zijn drie gradaties, oplopend naar ernst:
1. Eerstegraads ruptuur
Minimale ruptuur (<10%), geen merkbaar defect, lichte pijn, geen merkbaar krachtsverlies, verder tennissen soms mogelijk.
2. Tweedegraads ruptuur
Grotere ruptuur (10-50%), meer pijn, duidelijk krachtsverlies en bloeduitstorting, doortennissen niet mogelijk.
3. Derdegraads ruptuur
Uitgebreide of totale ruptuur (50-100%), duidelijk voelbaar defect, hevige pijn, aanzienlijk krachtsverlies, belasting vrijwel niet meer mogelijk, gaat gepaard met bloeduitstorting en zwelling. 

Waardoor komt het?

In het algemeen is het risico op een liesblessure groter na langere periodes van overbelasting, bij een plotselinge toename van de trainingsintensiteit en -duur, bij onvoldoende ontwikkelde adductoren en bij beperkte beweeglijkheid van de heupgewrichten. Als je op gras of gravel tennist kan instabiel voetenwerk de kans op een spierscheur in de lies vergroten (glijden naar de bal). Maar ook hardcourt en indoorbanen zijn niet zonder risico: juist ook een goede grip kan tot de blessure leiden. Bijvoorbeeld als je wilt herstellen van een zijwaartse beweging.

Belangrijkste advies: rust en revalidatie

Bij eerste- en tweedegraads rupturen zijn rust en revalidatie de belangrijkste ingrediënten voor herstel. Bij derdegraads rupturen is soms een operatie nodig om chronisch krachtsverlies en blijvende klachten te voorkomen. Vooral de ernst van de ruptuur, maar ook de leeftijd van de speler, bepaalt hoelang het herstel duurt (van twee weken bij een eerstegraads ruptuur tot soms wel twintig weken bij een derdegraads ruptuur).

Tips in de acute fase

1. Stop met tennissen en volg de zogeheten R.I.C.E.-procedure. R.I.C.E. staat voor Rest (rust), Ice (koelen), Compression (drukverband) en Elevation (leg het been omhoog).
2. Eventueel gebruik je bij erge pijn kortdurend pijnstillers, zoals paracetamol of NSAID’s.
3. Als het de eerste dagen te pijnlijk is het been te belasten (vooral bij tweede- en derdegraads rupturen), gebruik dan krukken tot je weer normaal kunt lopen.
4. Massage kan spierkrampen verlichten, maar in de acute fase mag de plek van de blessure zelf niet worden gemasseerd. Dat zou kunnen leiden tot botvormingen in de spier (myositis ossificans). 

Beginnen met revalideren

Zodra de ergste pijn en zwelling verdwenen zijn (na enkele dagen tot een week), kun je beginnen met revalideren. Let wel op: pijn betekent ‘gas terug’. Je bouwt de belasting als volgt op:
1. Steun als de pijn het toelaat weer voorzichtig op het geblesseerde been (eventueel m.b.v. krukken).
2. Dagelijks een halfuur zwemmen of fietsen verbetert de doorbloeding van de adductoren en bevordert genezing.
3. Rek dagelijks de adductoren (deze oefening rustig en binnen de pijngrens uitvoeren).



Als je weer pijnvrij kunt bewegen, kun je de belasting geleidelijk verder opbouwen. De volgende spierversterkende oefeningen zijn aan te raden:

1. Heupabductie



2. Heupadductie

3. Steunen op handen en knieën (Superman)

4. De duiker met armen gestrekt

Geleidelijk opbouwen

Als dat goed gaat kun je beginnen met hardlopen. Bouw dit (in meerdere trainingen) als volgt op:
1. Dribbeloefeningen op de plaats
2. Rustig joggen
3. Hardlooptraining met zijwaartse aansluitpassen
4. Hardlooptraining met wat versnellingsloopjes, draai- en keeroefeningenen korte sprints.
5. Zijwaartse uitvalspassen en schaatsoefeningen. 

 

Weer tennissen

Daarna kun je weer beginnen met tennissen. Bouw dit ook geleidelijk op:
1. Minitennis (binnen het servicevak).
2. Langzaam vergroten van het speelveld, tot aan de baseline.
3. Volleys.
4. Baselinetennis, met eenvoudige slagen.
5. Oefeningen waarbij je verder moet lopen naar de bal.
6. Lage volleys, bovenhandse slagen en services (begin met serveren vanaf de servicelijn en bouw de afstand, het aantal en de snelheid geleidelijk op).
7. Service en (sprong)smashes.
8. Oefenwedstrijdjes (minimaal twee weken).
9. Wedstrijdtennis.

Kies in de opbouwfase liefst voor een langzame baan (zoals gravel) en let op je techniek. 

Tips om herhaling te voorkomen

1. Doe altijd een volledige warming-up en cooling-down. Besteed daarin in elk geval aandacht aan rekoefeningen voor de adductoren.
2. Draag goede tennisschoenen die passen bij de baansoort waarop je tennist.
3. Doe regelmatig oefeningen voor je rompstabiliteit. Geschikte oefeningen zijn alle oefeningen voor de rug en buik die hierboven worden genoemd.
4. Voorkom dat je onvoldoende voorbereid begint aan de competitie of toernooien. Vermoeidheid en ongetraindheid spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van dit soort blessures.
5. Stem je kleding af op de weersomstandigheden. Houd je trainingspak aan tijdens de warming-up als het koud is of er veel wind is.
6. Een elastische bandage of liesbroek kan het bovenbeen beschermen en warmhouden. Warme spieren scheuren minder snel.
7. Eventueel kun je in de eerste periode na de blessure je bovenbeen preventief tapen.