Zweepslag

Tennissers die een zweepslag hebben gehad, vertellen nogal eens dat ze het gevoel hadden dat er met een zweep tegen hun kuit werd geslagen. Vandaar natuurlijk de Nederlandse benaming. Maar in het Engels heet de blessure tennis leg. En ook dat is niet zo gek als je bedenkt dat de zweepslag juist onder tennissers vrij vaak voorkomt. 

Wat is het?

Een zweepslag is een gedeeltelijke ruptuur van de oppervlakkig gelegen kuitspier aan de binnenkant van het been. Vooral tennissers tussen de 35 en 50 jaar krijgen ermee te maken. 

 

Wat zijn de symptomen?

Een zweepslag geeft een plotselinge heftige, scherpe of brandende pijn in de kuit. Ook is er weleens een ‘knappend’ geluid te horen of voelen. Vooral op je tenen staan en het rekken van de kuitspieren geven veel pijn. Lopen is lastig en verder tennissen kan vaak niet. Meestal wordt de kuit dik en 1 tot 2 dagen na het optreden van de blessure kunnen er blauwe plekken komen. Niet alleen op de kuit, maar ook bij de enkel, hiel en soms zelfs de voet.

Wat is de ernst?

Zoals alle spierscheuren wordt ook de zweepslag onderscheiden in verschillende gradaties:
1. Eerstegraads ruptuur Minimale ruptuur (<10%), geen merkbaar defect, lichte pijn, geen merkbaar krachtsverlies, verder tennissen soms mogelijk.
2. Tweedegraads ruptuur Grotere ruptuur (10-50%), meer pijn, duidelijk krachtsverlies, doortennissen niet mogelijk.
3. Derdegraads ruptuur Uitgebreide of totale ruptuur (50-100%), duidelijk voelbaar defect, hevige pijn, aanzienlijk krachtsverlies, belasting vrijwel niet meer mogelijk, gaat gepaard met bloeduitstorting en meestal zwelling.

Waardoor komt het?

Meestal wordt de blessure veroorzaakt door een plotselinge, krachtige afzet van de voet. Als je springt, serveert of afzet voor een sprintje bijvoorbeeld. In die situaties wordt de spier tegelijk opgerekt en krachtig aangespannen en kan dan scheuren.

Belangrijkste advies: rust en revalidatie

Rust en revalidatie zijn de belangrijkste ingrediënten voor herstel. Operatief herstel is zelden nodig. Vooral de ernst van de ruptuur bepaalt hoelang het herstel duurt (van enkele dagen bij een eerstegraads ruptuur tot ruim zes weken of langer bij een uitgebreide ruptuur). 

Tips in de acute fase

Krijg je een zweepslag, doe dan het volgende:
1. Stop met tennissen en volg de zogeheten R.I.C.E.-procedure. R.I.C.E. staat voor Rest (rust), Ice (koelen), Compression (drukverband) en Elevation (leg het onderbeen hoog).
2. Eventueel gebruik je bij erge pijn kortdurend pijnstillers, zoals paracetamol of NSAID’s.
3. Als het de eerste dagen te pijnlijk is het been te belasten (vooral bij tweede- en derdegraads rupturen), gebruik dan krukken tot je weer normaal kunt lopen.
4. Massage kan spierkrampen verlichten, maar in de acute fase mag de plek van de blessure zelf niet worden gemasseerd. Dat zou kunnen leiden tot botvorming in de spier (myositis ossificans).

Beginnen met revalideren

Als de ergste pijn en zwelling verdwenen zijn (na 2 tot 5 dagen), richt je je op verbetering van de normale functie van voet en enkel. Dat kan zo:
1. Steun als de pijn het toelaat weer voorzichtig op het geblesseerde been (eventueel m.b.v. krukken, wikkel de voet zo normaal mogelijk af).
2. Een lichte hakverhoging met demping (zoals viscoheels) in beide schoenen gedurende 1 tot 2 weken kan helpen om de kuitspier bij het afwikkelen van de voet te ontlasten.
3. Dagelijks een halfuur zwemmen of fietsen verbetert de doorbloeding van de kuitspier en bevordert genezing.

Ook rekoefeningen en spierversterking zijn zinvol. Daarbij geldt wel: pijn betekent gas terug!

Geschikte rekoefeningen zijn deze:
1 Rekoefening voor de diepe kuitspieren
2. Rekoefening voor de oppervlakkige kuitspieren

 



Deze spierversterkende oefeningen zijn geschikt:
1. Ga op een stoel zitten. Schrijf het alfabet in de lucht met de voet
van het geblesseerde been.
2. Rol met de tenen van de geblesseerde voet een uitgevouwen handdoek
op door grijpbewegingen te maken.

Geleidelijk opbouwen

Als je de oefeningen pijnvrij kunt doen en zonder pijn kunt wandelen, kun je het sporten geleidelijk opbouwen. Bijvoorbeeld zo:

1. Versterking kuitspieren, bijvoorbeeld door te zwemmen, fietsen of te wandelen en door de calf raise.

2. Dribbeloefeningen op de plaats.
3. Rustig joggen.
4. Hardlooptraining met wat versnellingsloopjes, draai- en keeroefeningen, korte sprints. 

Weer tennissen

Gaat dit allemaal goed, dan kun je weer beginnen met tennissen. Bouw dit ook geleidelijk op:
1. Minitennis (binnen het servicevak).
2. Langzaam vergroten van het speelveld, tot aan de baseline.
3. Volleys.
4. Baselinetennis, met eenvoudige slagen.
5. Oefeningen waarbij je verder moet lopen naar de bal.
6. Lage volleys, bovenhandse slagen en services (begin met serveren vanaf de servicelijn en bouw de afstand, het aantal en de snelheid geleidelijk op).
7. Service en (sprong)smashes.
8. Oefenwedstrijd (minimaal twee weken).
wedstrijdtennis.

Kies in de opbouwfase liefst voor een langzame baan (zoals gravel) en let op je techniek. 

Tips om herhaling te voorkomen

1. Goede tennisschoenen verkleinen het risico op een zweepslag.
2. Als je nogal stijve kuitspieren hebt, doe dan dagelijks rekoefeningen om ze soepeler te maken en te houden.
3. Doe altijd een warming-up en cooling-down. Besteed vooral aandacht aan het rekken van de kuiten.
4. Houd je spieren en pezen tijdens het sporten warm en kies kleding die voldoende warm is. Draag hoge tennissokken.
5. Laat je lichaam geleidelijk wennen aan extra belasting.
6. Laat stijve kuitspieren eens goed masseren.
7. Zorg voor sterke kuitspieren met voldoende rust in je programma. Steppen, fietsen en hardlopen zijn uitstekend.