Specifieke blessures en aandoeningen

De meeste blessures en aandoeningen die voorkomen onder niet-gehandicapte tennissers, kunnen ook rolstoeltennissers treffen. Er zijn echter ook specifieke risico’s die onder rolstoeltennissers vaker voorkomen.

Rolstoeltennissers hebben relatief vaak blessures aan het bovenlichaam en relatief weinig aan het onderlichaam. Verder hebben ze vaker last van blessures in het borst- en ruggebied. De meeste blessures van rolstoeltennissers worden veroorzaakt door overbelasting. Hieronder vind je specifieke blessures en aandoeningen waarmee rolstoeltennissers relatief vaak te maken krijgen. 

Carpaletunnelsyndroom

Rolstoeltennissers krijgen relatief vaak last van het carpaletunnelsyndroom, dat wordt veroorzaakt door beknelling van een zenuw in de pols. Dat is te wijten aan een combinatie van de herhaaldelijke buiging en strekking van de pols die nodig is om de rolstoel te duwen, het krachtig vasthouden van het tennisracket en de herhaaldelijke slagbewegingen met het racket.

Tips
1. Verander het contactpunt van het wiel met de hand aan de aangedane zijde naar een breder gebied van de duimmuis en meerdere vingers.
2. Zorg voor voldoende afwisseling van spanning en ontspanning van de onderarmspieren. 

Tenniselleboog

De tenniselleboog komt onder rolstoeltennissers vaak voor. Dat komt onder andere doordat de backhand vaak laat, achter het lichaam, geslagen wordt. Hierbij moet de pols relatief veel kracht leveren. Ten tweede kunnen rolstoeltennissers de niet-dominante hand niet gebruiken bij het slaan van de backhand. Die hand gebruiken ze om hun rolstoel te manoeuvreren. Een derde mogelijke oorzaak is dat het racket te stevig wordt vastgehouden. Tot slot kan de tenniselleboog worden veroorzaakt door een verkeerde techniek om de rolstoel te duwen.

Tips
1. Houd je racket vast met de dominante hand met vier vingers. De duim moet vrij zijn. Hierdoor kun je de hele duimmuis gebruiken om de rolstoel te duwen.
2. Zorg voor voldoende afwisseling van spanning en ontspanning van de onderarmspieren.
3. Geef tijdens wedstrijden de arm rust regelmatig rust, bijvoorbeeld door het racket tussendoor op schoot te leggen of tussen de knieën te plaatsen.
4. Probeer in plaats van een conventionele topspinbackhand een zogenoemde pronated of reversed backhand.
5. Zorg voor sterke armen en train de spierkracht liefst met grove bewegingen. 

Schouderblessures

Onder rolstoeltennissers komen schouderblessures relatief vaak voor, deels doordat ze de schouders bij het duwen van hun stoel extra belasten. Twee tennisslagen zijn extra belastend voor de schouders van rolstoeltennissers:
1. De topspinservice, die eindigt aan de dominante zijde van de tennisser: belastend voorde rotatorcuff.
2. De backhand meteen semi-western forehandgreep, die ervoor zorgt dat de elleboog tijdens de slag ver boven de knieën komt.

Oefeningen voor de stabiliserende spieren van het schouderblad en de rotatorcuff kunnen helpen schouderklachten te voorkomen. Geschikt zijn:

1. Zagen (dumbbell row)




2. Bent over fly


3. Schouderextensie


4. Retractie van de schouderbladen


5. Serratus anterior punch


6. Push-up tegen de muur


7. Exorotatieoefening voor de schouders


8. Endorotatieoefening voor de schouders


Aandachtspunten bij de oefeningen

1. Stabiliseer de rolstoel goed (met een hand of voet of met een driehoekig wigje tegen het wiel).
2. Ondersteun de romp voldoende als sprake is van verminderde rompstabiliteit. 

Blessures aan de romp

Rolstoeltennissers hebben relatief vaak last van aspecifieke lagerugklachtenen en buikspierblessures. Dat komt door de vele draaiende rompbewegingen en het vele zitten. Om klachten te voorkomen is een stabiele en comfortabele zithouding in de rolstoel erg belangrijk. Ook spierversterkende oefeningen voor de buik- en rugspieren kunnen deze blessures helpen voorkomen. Dat geldt ook voor rolstoelers bij wie de buikspieren niet volledig functioneren. Je kunt de oefeningen op de grond uitvoeren, maar dat is niet altijd comfortabel en kan soms zelfs averechts werken. Voerde oefeningen daarom regelmatig in de stoel uit. 

Oefeningen
1. Start met het aanleren van de juiste techniek. Deze oefening voor statische contractie van de buikspieren is geschikt:

2. Verzwaar de oefening door één been geleidelijk te strekken, waarbij de voet rustig over de grond schuift. Is dat te zwaar, maak dan gebruik van wieltjes onder je voet.
3. De rechte en schuine buikspieren kunnen getraind worden met de rechte crunchen schuine crunch, zowel liggend op de grond als zittend in de rolstoel. Extra controle op de uitvoering kan plaatsvinden met behulp van een stok over de heupen. Blijft de stok horizontaal liggen, dan wordt alleen de romp gebruikt en wordt de oefening dus goed gecontroleerd uitgevoerd.

4. Andere goede oefeningen zijn (al dan niet in aangepaste vorm): Wegduwen vingertoppen, Romprotatie (in de stoel), Oefening met medizinbal, Excentrische buikspiertraining en Back extension

Tips
1. Heb je weinig controle over je buikspieren, gebruik dan een band om je romp aan de stoel te fixeren.
2. Doe liefst dagelijks spierversterkende oefeningen voor de buik- en rugspieren.
3. Elektrostimulatie kan het effect van buikspierversterking enigszins vergroten.
4. Zorg ervoor dat je dagelijkse rolstoel goed zit en voldoende ondersteuning geeft.
5. Probeer de rug regelmatig te ontlasten door je uit te rekken en zo ver mogelijk achterover te leunen, of door jezelf met je armen wat omhoog te duwen uit de stoel. 

Blaasontsteking

Sporters met neurologische aandoeningen lopen een verhoogd risico op blaasontstekingen. Dat komt doordat ze moeite hebben met het volledig legen van de blaas. 

Epileptische aanvallen

Sommige neurologische aandoeningen geven een verhoogd risico op epilepsie. Op de tennisbaan zie je niet vaak mensen die een epileptische aanval krijgen. Dat komt door de positieve invloed van het sporten op het zenuwstelsel. Het risico op epileptische aanvallen is het grootst op momenten van stress, slaapgebrek (bijvoorbeeld op reis), bij een vochttekort en bij extreme hitte of kou. Heeft iemand in je omgeving een epileptische aanval, zorg er dan voor dat hij zichzelf niet kan verwonden. Stop geen dingen in zijn mond en zorg ervoor dat de luchtpijp open blijft (met een jaw thrust).

Tips
1. Neem altijd je voorgeschreven medicatie in.
2. Neem genoeg rust en slaap voldoende.
3. Drink voldoende op warme dagen.
4. Krijg je een aanval, neem dan na afloop voldoende rust. Als de aanval lijkt op eerdere aanvallen, is het meestal niet nodig om voor controle of behandeling naar een ziekenhuis te gaan. 

Hitteaandoeningen

Sporters met (hoog) letsel aan de wervelkolom (boven de zesde borstwervel) kunnen hun lichaamswarmte moeilijk kwijt en zijn daardoor vatbaarder voor hitteaandoeningen. Ook lopen sporters met een dwarslaesie een verhoogd risico op zonnebrand doordat ze verbranding soms niet goed aanvoelen.

Tips
1. Koel je tijdens de wissels met water of ijsblokjes. Stop eventueel wat ijsblokjes onder je pet. Veel quadspelers met een hoge dwarslaesie nemen een plantensproeier mee de baan op om zich tijdens de wissels nat te sproeien.
2. Voor een wedstrijd of training en tijdens de wissels kun je je lichaam ook koelen met behulp van een lichtgewicht koelvest. 

Autonome dysreflexie

Een aanzienlijk deel van de mensen met een hoge dwarslaesie heeft last van autonome dysreflexie. Autonome dysreflexie gaat gepaard met een plotselinge stijging van de bloeddruk, een versnelling van de hartslag (of juist een lage hartslag), een rood gezicht, een dreunende hoofdpijn, een verstopte neus, koude en bleke armen en benen, een angstgevoel en overmatig zweten. Autonome dysreflexie kan worden uitgelokt door verschillende omstandigheden, zoals een volle blaas, obstipatie, een urinewegontsteking, verbranding (door de zon), hitte of kou en huidproblemen (zoals wonden, te strakke kleding of een ingegroeide teennagel). Krijg je een aanval op de tennisbaan, stop dan direct met tennissen en verhelp de trigger. Blijf vervolgens in een verticale positie en ga niet platliggen. Maak buikbanden en andere bandages los. Bij een ernstige aanval moet je medicijnen innemen die je bloeddruk snel omlaag brengen (een ACE-remmer of nifedipine). Deze medicijnen worden door een arts voorgeschreven. Sommige sporters misbruiken autonome dysreflexie (het zogenaamde boosten) om beter te presteren maar lopen daardoor een onnodig risico op problemen. Volgens de internationale dopingreglementen is het verboden. 

Blaren

Wrijving tussen de wielen van de stoel en de handen kan blaren veroorzaken. Meer informatie over de behandeling vind je hier. Draag eventueel tijdens het tennissen tijdelijk een handschoen aan de niet-dominante hand en tape de plekken die het meest gevoelig zijn voor blaren. Gebruik ook tijdens je wekelijkse krachttraining handschoenen om blaren te voorkomen. 

Drukplekken

Wanneer je geen gevoel hebt in bepaalde delen van je lichaam, zijn er ook geen pijnprikkels meer. Drukplekken, wonden en andere blessures aan deze lichaamsdelen kunnen je daardoor gemakkelijk ontgaan. Rolstoeltennissers zijn extra gevoelig voor huidproblemen, doordat zij tijdens het tennissen meestal veel heen en weer schuiven in hun stoel en vooral de billen en heupen hier ongemerkt onder kunnen lijden. Ook strakke kleding, stiknaden en krappe schoenen kunnen wonden geven.

Tips
1. Controleer je uitrusting (zitkussen) goed op scherpe randen en uitsteeksels en gebruik kussens waar nodig.
2. Controleer je huid regelmatig op tekenen van wrijving of druk. Is een gebied rood, verhard of gezwollen, geef die plek dan rust tot de huid er weer normaal uitziet.
3. Houd de huid droog en schoon. Draag droge kleding en zorg ervoor dat zich geen vocht kan verzamelen tussen de kleding en de huid.
4. Beweeg regelmatig in je stoel. Ga vaak verzitten.
5. Controleer regelmatig of je kleding goed zit.
6. Draag geen te strakke schoenen en zorg ervoor dat de voeten niet tegen de stoel bekneld kunnen raken.
7. Heb je een open wond, stop dan tijdelijk met tennissen en voorkom druk op de wond. Wacht niet te lang om naar een arts te gaan.